Verhalen naar aanleiding van 75 jaar Julianakanaal in 2010
VERHAAL VAN Eric van Hooy
Julianakanaal 75 jaar
Wat zou Roosteren, en wat zou ik missen wanneer het kanaal niet bestond?
Tramdijk, Oud Roosteren, Kanaalstraat, Brugstraat, Monument aan de brug, brug, sluis, paaltje 26, woningen aan het kanaal, onverplichte fietspaden, bootjes kijken …
Dit zijn enkele begrippen die niet zouden bestaan wanneer het Julianakanaal er niet zou zijn geweest.
Om de tramlijn een ongestoorde doorgang te garanderen, moest er een op- en afgang met brug worden aangelegd: de in Roosteren bekende “Tramdiek”. Deze tramdijk is later, bij de verbreding van het kanaal en de afbraak van de sluis van Roosteren gebruikt als “fundering” voor de huidige toerit naar de brug over het Julianakanaal.
Oud Roosteren, of Aw Kirk, is ontstaan door dat het kanaal midden door het dorp werd aangelegd. Zo werd het dorp in tweeën gedeeld. Het oude “centrum” waar vóór 1843 de kerk lag werd beschouwd als het oude gedeelte van Roosteren en aan de westzijde ontwikkelde zich het “nieuwe” dorp, het huidige Roosteren. Door de aanleg van het kanaal ontstonden er in Oud Roosteren de straatnamen “Brugstraat” en “Kanaalstraat”.
De brug over het kanaal verbindt Roosteren met het oosten. In het begin tot in de jaren ’60 op gelijke hoogte als de sluiswachterwoningen, tot 2004 enkele meters hoger en vanaf die tijd weer bijna 3 meter hoger op het huidige niveau. Bij de eerste verhoging, midden jaren ’60 van de 20e eeuw, kwam, door de verhoging van de dijken in noordelijke richting, het Roosters verval en dus de “sluis Roosteren” te vervallen. Tevens werd in die werkzaamheden de verlegging van de doorgaande weg “meegenomen”. Vanaf de ingebruikname van de nieuwe brug, hoefde het doorgaande verkeer niet meer door Roosteren, maar werd via de Maaseikerweg langs het dorpscentrum geleid.
In de “donkere” dagen van mei 1940 speelden zich de bekende verschrikkelijke taferelen af op en nabij de brug. Ter nagedachtenis aan de gesneuvelde militairen staat vlak naast de brug, aan Roosterse zijde het monument, waar op (of omstreeks) 10 mei de jaarlijkse herdenking plaatsvindt.
Roosteren ligt op “kilometer 26” van het begin van het Julianakanaal, getuige het in Roosteren bekende “Paaltje 26”. Zoals dit paaltje officieel aangeeft ligt het begin van deze waterweg 28 kilometer van Roosteren verwijderd. Deze markering vormt vaak een oriëntatiepunt in speur-, wandel- en/of fietstochten: “Ga bij paaltje 26 naar beneden!”
Ook heeft de aanleg van het kanaal mooie fiets en wandelmogelijkheden gebracht. Velen maken gebruik van de bovenop de kanaaldijken aanwezige fietspaden die naast fietsers ook door wandelaars gebruikt worden. Helaas is de toestand in zuidelijke richting niet meer van dien aard dat het aangenaam fietsen is, in noordelijke richting is het pad enige jaren geleden mooi opgeknapt.
Het rustig fietsen en wandelen wordt afgewisseld door het “bootjeskijken” en kijken of de schippers terugzwaaien. Aan de waterkant van deze dijken gooien veelvuldig vrijetijds- en sportvissers een lijntje uit.
Zelf kan ik me nog een brugje herinneren dat in het water verdween wanneer er schepen moesten passeren. Samen met mijn vader gingen we wandelen naar de sluis en kijken wat er zich daar afspeelde. Later, toen de sluis in Roosteren was verdwenen, maakten we fietstochten naar Born of Maasbracht om aldaar naar de sluizen te gaan kijken. Door de aanlag van het kanaal en de sluis zijn o.a. mijn grootvader en een oudoom in Roosteren gekomen en hebben daar de liefde van hun leven gevonden.
In mijn prille kinderjaren heeft het kanaal, gelukkig voor mijn moeder, ook voor een barrière gezorgd. Met mijn nieuwe step ging ik er wandelend vandoor (steppen kon ik toen nog niet) en kwam uit bij het toenmalige café Jennissen, de café van Anna van Maan Jennissen, dat aan de voet van het kanaal aan Roosterse zijde lag. Daar hield men mij tegen en zodoende geraakte ik toch weer onder moeders hoede.
Op ongeveer diezelfde plaats liep mijn huidige echtgenote jaren later een wond (nu nog een litteken) op met het sleetjerijden vanaf de kanaaldijk.
Nu lopen we zelf met onze kinderen vaker “ónger- of baovelangs” (beneden aan de dijk of bovenop) of fietsen we in noordelijke of zuidelijke richting.
De brug vormt steeds weer een punt van herkenning in de wijde omtrek. Bijvoorbeeld wanneer we terugkeren van een vakantie. “Dao ligk de brok, weer zeen d’r zoa!”
Ik denk dat ook voor toekomstige generaties “’t kenaal” een plek in het leven zal blijven innemen, niet alleen als een vervoersader door Zuid-Limburg, maar ook als een multifunctioneel onderdeel in de recreatie van o.a. de taille van Limburg.
Eric van Hooy,
Roosteren
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten