Verhaal naar aanleiding van 75 jaar Julianakanaal in 2010
VERHAAL VAN MAURICE PAULISSEN
Het kanaal en ik
De Kʼnaal! Toen ik werd geboren, was het Julianakanaal nog maar half zo oud als het nu
is. Toch was het er al lang, met alles erop en eraan. Ik kan dus geen boeiende verhalen
vertellen over de aanleg van het kanaal of in de oorlog vernielde en weer herstelde
bruggen.
Mijn herinneringen zijn eenvoudig, maar voor mij als kind was het Julianakanaal toch iets
bijzonders. Zoveel vaarwegen hebben we immers niet in Limburg. Wanneer ik als kleuter
met oudere familieleden een wandelingetje maakte langs het kanaal, was ik vooral
gefascineerd door de stalen boogbruggen. Thuisgekomen ging ik die in zoveel mogelijk
detail natekenen. Ook zat ik soms uren naast mijn vader, die - viskorf op de stortstenen -
aan de waterkant zat te vissen. Als er kilometers verder schepen werden geschut, zag je
het water ineens in beweging komen.
Als kind had ik allerlei vragen over het kanaal. Hoe diep is het en hoe ziet het er op de
bodem uit? En hoe werken die sluizen nu eigenlijk precies? Ik besloot een nette brief te
schrijven aan Rijkswaterstaat Directie Limburg. Tot mijn vreugde ontving ik na enige tijd
een grote envelop met informatie. Een medewerker van Rijkswaterstaat had er een
vriendelijke brief bijgevoegd. Een getypte brief, “want”, stond erin vermeld, “ik schrijf niet
zo netjes als jij.” Ik leerde dat de gemiddelde diepte van het Julianakanaal vijf meter is,
maar ten noorden van Roosteren zoʼn acht meter, omdat daar de kanaaldijken en het
waterpeil waren verhoogd vanwege de sloop van een oude sluis. Dat zal ook de reden zijn
geweest waarom de brug bij Stevensweert moest wijken, een brug waarover ik mijn
ouders had horen vertellen, maar die ik nooit had gezien. Ik kreeg persberichten uit de
jaren zestig met gedetailleerde tekeningen van de nieuwe schutsluizen bij Born en
Maasbracht. Meer dan tien meter verval, dat vind je bij geen enkele andere sluis in
Nederland! Verder las ik over de doorgraving van de Scharberg bij Elsloo, waaraan helaas
een deel van de historische dorpskern werd opgeofferd. Dat graafwerk moet in die tijd een
huzarenstuk zijn geweest.
Toen men het kanaalpand tussen Born en Maasbracht rond 1990 voor inspectie of
onderhoud liet leeglopen, ben ik natuurlijk gaan kijken. Een fascinerend gezicht: diep
onder een brug stond ergens op de bodem een brommertje in de modder.
Al jaren woon ik niet meer in Limburg. Maar wanneer ik op familiebezoek ben, maak ik
vaak even een wandeling langs het Julianakanaal. Telkens komen dan herinneringen aan
het kanaal bovendrijven. Word ik daarbij misschien geholpen door de typische geur van
het water?
Langs het kanaal hangt voor mijn gevoel een bijzondere, wat verstilde sfeer.Ook heeft elk deel van het traject zijn eigen karakter. Van de besloten, ouderwetse sfeer
van het smalle kanaalpand langs de hellingbossen bij Geulle en Elsloo tot de strakke lijnen
en brede watervlakte van het tracé tussen Born en Maasbracht.
Ik fotografeer en onthoud graag. Wanneer een ingreep gaat plaatsvinden in een landschap
dat mij dierbaar is, denk ik: laat ik vastleggen hoe het er nu bij ligt en straks hoe het isgeworden.
Zo ook met de aanstaande veranderingen aan het Julianakanaal, dat zal
worden verbreed ten zuiden van Born. Ik heb er een dubbel gevoel over. Enerzijds
jammer, omdat het afbreuk zal doen aan de vertrouwde en wat verstilde sfeer van dit
tracé. Maar anderzijds ook een teken van vitaliteit: het kanaal lééft en heeft zijn
economische belang nog niet verloren. En wat leeft, moet op zijn tijd veranderen.
Maurice Paulissen, augustus 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten