Tentoonstelling 75 jaar Julianakanaal
vrijdag 29 april 2011
dinsdag 26 april 2011
maandag 25 april 2011
vrijdag 22 april 2011
Verhaal naar aanleiding van 75 jaar Julianakanaal in 2010
Ei läögenieërke …. waat is det!?.
Zaoterdigaovendj (15 mei 2010), aan d’n tap bie Awt Extase in Pej (de fanfaar haw dao repetitie) haef Frans van Ool vertèltj äöver ein läögenieërke; waat det is en waoväör det (vreuger) deendje. Jaore geleeje hawwe twieë oomes van hem, det haorfien oetgelag.
Die twieë omes hawwe mitgewirktj aan het grave van ’t Julianakenaal in Echt. Volges het book ‘Pey in de tijd” (op blaad 234) is aan ’t Juliankanaal gewirktj van 1928 tot 1934. Det woor hel wirke. Doe mos mer ens de gansen daag mit de sjöp motte wirke. Esse eine gansen daag hads gegrave, den hadste ’s aoves de piep oet volges die twieë omes van Frans, ome Baer en ome Frens oet Staeveswaert
Op zo’n werk moste gehaajd zeen en det woore zien oomes en auch die anger wirkluuj, en daorom hawwe ze, bienao allemaol, in de tes van de boks, ein läögenieërke!!!. Waat woor det den vraoge weer. Volges Frans woor det ein klein stökske van ein daakpan, anges gezag ein pannesjerf.
Hadste ein tiedje gegrave den woorste meug, den moste effe stoppe om weer op aom te komme. Det moogdje natuurlijk neet zoamer en auch neet te dök van de opzichters. Den pakdje ze det stökske pannesjerf en begoste röstig aan de väörkantj en natuurlik, om nach mieë tied te wenne, auch aan d’n achterkantj, de sjöp sjoan te kratse, zoadet die glaad bleef. Alle aanslaag mos den van de sjöp en auch de leim dae vasgeplekdj zoot,,,,,of neet natuurlijk. Doe stongs den effe eine kieër extra te röste, , oftewaal de boel ein bietje “te bezeike”
(waord-gebroek oet daen tied) en daobie maakdje ze gebroek van hun läögenieërke.
Pej, tösse 16 en 20 mei 2010
Bron: Frans van Ool
Verslaaggaever: Thei Hermans
Biegewirktj: Piet Aben
Ei läögenieërke …. waat is det!?.
Zaoterdigaovendj (15 mei 2010), aan d’n tap bie Awt Extase in Pej (de fanfaar haw dao repetitie) haef Frans van Ool vertèltj äöver ein läögenieërke; waat det is en waoväör det (vreuger) deendje. Jaore geleeje hawwe twieë oomes van hem, det haorfien oetgelag.
Die twieë omes hawwe mitgewirktj aan het grave van ’t Julianakenaal in Echt. Volges het book ‘Pey in de tijd” (op blaad 234) is aan ’t Juliankanaal gewirktj van 1928 tot 1934. Det woor hel wirke. Doe mos mer ens de gansen daag mit de sjöp motte wirke. Esse eine gansen daag hads gegrave, den hadste ’s aoves de piep oet volges die twieë omes van Frans, ome Baer en ome Frens oet Staeveswaert
Op zo’n werk moste gehaajd zeen en det woore zien oomes en auch die anger wirkluuj, en daorom hawwe ze, bienao allemaol, in de tes van de boks, ein läögenieërke!!!. Waat woor det den vraoge weer. Volges Frans woor det ein klein stökske van ein daakpan, anges gezag ein pannesjerf.
Hadste ein tiedje gegrave den woorste meug, den moste effe stoppe om weer op aom te komme. Det moogdje natuurlijk neet zoamer en auch neet te dök van de opzichters. Den pakdje ze det stökske pannesjerf en begoste röstig aan de väörkantj en natuurlik, om nach mieë tied te wenne, auch aan d’n achterkantj, de sjöp sjoan te kratse, zoadet die glaad bleef. Alle aanslaag mos den van de sjöp en auch de leim dae vasgeplekdj zoot,,,,,of neet natuurlijk. Doe stongs den effe eine kieër extra te röste, , oftewaal de boel ein bietje “te bezeike”
(waord-gebroek oet daen tied) en daobie maakdje ze gebroek van hun läögenieërke.
Pej, tösse 16 en 20 mei 2010
Bron: Frans van Ool
Verslaaggaever: Thei Hermans
Biegewirktj: Piet Aben
donderdag 21 april 2011
Bron Dhr. K.W. Welters
Zie ook:
http://www.familiefickenwetzer.nl/PDF-boekjes/Ficken%20-%20veerponten-publicatie.pdf
Het pontveer Juliana-kanaal / Op ‘t Overe
Eigenaar pontveerverbinding: Rijkswaterstaat.
Verbinding: Op ’t Overe (Echt) – Lombok (Echt).
Veerponttype: Rechthoekige, platte veerschuit.
Voortbewegingswijze: Kabelpont.
Gebruikers: Voetgangers, wielrijders, vee, paard-en-kar.
Operationeel tijdsbestek: 1940 & 1944.
In het voorjaar van 1934, werd het noordelijke deel van het Julianakanaal geopend. Vanaf dat ogenblik, werd de verbindingsweg vanuit het “Eiland” (Stevensweert), over de stenen
boogbrug, via “Op ’t Overe”, middels een ijzeren boogbrug (Firma Krupp, Essen (D)), over het Julianakanaal, naar “Lombok” (Echt) geleid. In de oorlogsjaren echter, hebben in 1940 onze eigen Nederlandse soldaten deze brug opgeblazen en eind 1944, deden de Duitse legers nogmaals hetzelfde. In deze periodes, heeft op verzoek van Rijkswaterstaat een pontveerverbinding over het Julianakanaal gefunctioneerd, welke bediend werd door de familie Welters (vader en zoon), die “Op ’t Overe” woonachtig waren. Hiermede werden voetgangers, wielrijders, vee en landbouwers met paard en kar overgezet.
Zie ook:
http://www.familiefickenwetzer.nl/PDF-boekjes/Ficken%20-%20veerponten-publicatie.pdf
Het pontveer Juliana-kanaal / Op ‘t Overe
Eigenaar pontveerverbinding: Rijkswaterstaat.
Verbinding: Op ’t Overe (Echt) – Lombok (Echt).
Veerponttype: Rechthoekige, platte veerschuit.
Voortbewegingswijze: Kabelpont.
Gebruikers: Voetgangers, wielrijders, vee, paard-en-kar.
Operationeel tijdsbestek: 1940 & 1944.
In het voorjaar van 1934, werd het noordelijke deel van het Julianakanaal geopend. Vanaf dat ogenblik, werd de verbindingsweg vanuit het “Eiland” (Stevensweert), over de stenen
boogbrug, via “Op ’t Overe”, middels een ijzeren boogbrug (Firma Krupp, Essen (D)), over het Julianakanaal, naar “Lombok” (Echt) geleid. In de oorlogsjaren echter, hebben in 1940 onze eigen Nederlandse soldaten deze brug opgeblazen en eind 1944, deden de Duitse legers nogmaals hetzelfde. In deze periodes, heeft op verzoek van Rijkswaterstaat een pontveerverbinding over het Julianakanaal gefunctioneerd, welke bediend werd door de familie Welters (vader en zoon), die “Op ’t Overe” woonachtig waren. Hiermede werden voetgangers, wielrijders, vee en landbouwers met paard en kar overgezet.
woensdag 20 april 2011
Verhaal naar aanleiding van 75 jaar Julianakanaal in 2010
VERHAAL VAN Robert van Hooy
Mijn opa fietste iedere dag. Afhankelijk van de windrichting koos hij als bestemming de sluis van Born of de sluis van Maasbracht, zodanig dat hij op de terugweg naar Roosteren wind in de rug had. Vanaf het moment dat ik een beetje afstand kon fietsen, fietste ik iedere vakantie met hem mee, meestal boven op de dijk over het fietspad, soms, waar mogelijk “onderlangs”. Bovenop de sluis moest ik altijd kijken naar het schutten van de schepen. Vooral in de sluis van Maasbracht maakte, vanwege het grote verval, de diepte grote indruk op mij. Ook fietste ik graag langs de Berghaven in Born, langs de bedrijvigheid aldaar en langs de woonboten met de idyllische namen “Ingrid” en “Cinderella”. Op de dijk van het Julianakanaal in Roosteren stond en staat kilometerpaal 26. Lang heeft het tot mijn verbeelding gesproken om het kanaal helemaal in zuidelijke richting af te fietsen tot kilometerpaal 1. Spannend vond ik het dan ook toen we naar de sluis van Borgharen gingen fietsen. Spanning die alleen nog maar toenam toen, vanaf Elsloo, het kanaal smaller werd in we Borgharen naderden. Kilometerpaal 1 moest natuurlijk op de foto, terwijl ik maar niet kon begrijpen dat de sluisdeuren in Borgharen allebei open stonden. De fascinatie werd compleet toen ik vlakbij de sluis het bord zag staan dat de bebouwde kom van Maastricht aangaf. Daar was ik vanaf Roosteren helemaal naar toe gefietst! Jaren heb ik in Maastricht gewerkt. Af en toe nam ik in plaats van de A2 de route die tussen Maas en Julianakanaal doorloopt. Wanneer ik over de sluis in Borgharen reed, bekroop me nog een beetje het gevoel dat ik toen had. Inmiddels als trotse vader van twee zonen wandelen we zeer regelmatig langs het kanaal in Roosteren. Mooi is de rust die het uitstraalt. Rust die het kanaal ook brengt doordat het als geluidwal voor de A2 dient. Als we fietsend in noordelijke of zuidelijke richting gaan, wordt meestal – indien mogelijk door de groei van de flora – de dijk van het Julianakanaal gekozen. Toen we deze zomer langs de Berghaven in Born fietsten zag ik tot mijn verbazing dat de woonboot “Ingrid” er nog steeds lag. Ietwat verschoten van kleur en daardoor minder schilderachtig dan voorheen, maar toch…..
Ik hoop en denk dat het kanaal altijd die zelfde rust zal blijven uitstralen en dat iedereen de mogelijkheid zal blijven hebben wandelend of fietsend van de kanaaldijk gebruik te maken. Het is een waterbouwkundig kunstwerk dat deel uitmaakt van het landschap. Waar vind je dat nog: een civieltechnisch werk dat als drukke (water-)verkeersader en als rustgevend object fungeert.
Robert van Hooy,
Roosteren
VERHAAL VAN Robert van Hooy
Mijn opa fietste iedere dag. Afhankelijk van de windrichting koos hij als bestemming de sluis van Born of de sluis van Maasbracht, zodanig dat hij op de terugweg naar Roosteren wind in de rug had. Vanaf het moment dat ik een beetje afstand kon fietsen, fietste ik iedere vakantie met hem mee, meestal boven op de dijk over het fietspad, soms, waar mogelijk “onderlangs”. Bovenop de sluis moest ik altijd kijken naar het schutten van de schepen. Vooral in de sluis van Maasbracht maakte, vanwege het grote verval, de diepte grote indruk op mij. Ook fietste ik graag langs de Berghaven in Born, langs de bedrijvigheid aldaar en langs de woonboten met de idyllische namen “Ingrid” en “Cinderella”. Op de dijk van het Julianakanaal in Roosteren stond en staat kilometerpaal 26. Lang heeft het tot mijn verbeelding gesproken om het kanaal helemaal in zuidelijke richting af te fietsen tot kilometerpaal 1. Spannend vond ik het dan ook toen we naar de sluis van Borgharen gingen fietsen. Spanning die alleen nog maar toenam toen, vanaf Elsloo, het kanaal smaller werd in we Borgharen naderden. Kilometerpaal 1 moest natuurlijk op de foto, terwijl ik maar niet kon begrijpen dat de sluisdeuren in Borgharen allebei open stonden. De fascinatie werd compleet toen ik vlakbij de sluis het bord zag staan dat de bebouwde kom van Maastricht aangaf. Daar was ik vanaf Roosteren helemaal naar toe gefietst! Jaren heb ik in Maastricht gewerkt. Af en toe nam ik in plaats van de A2 de route die tussen Maas en Julianakanaal doorloopt. Wanneer ik over de sluis in Borgharen reed, bekroop me nog een beetje het gevoel dat ik toen had. Inmiddels als trotse vader van twee zonen wandelen we zeer regelmatig langs het kanaal in Roosteren. Mooi is de rust die het uitstraalt. Rust die het kanaal ook brengt doordat het als geluidwal voor de A2 dient. Als we fietsend in noordelijke of zuidelijke richting gaan, wordt meestal – indien mogelijk door de groei van de flora – de dijk van het Julianakanaal gekozen. Toen we deze zomer langs de Berghaven in Born fietsten zag ik tot mijn verbazing dat de woonboot “Ingrid” er nog steeds lag. Ietwat verschoten van kleur en daardoor minder schilderachtig dan voorheen, maar toch…..
Ik hoop en denk dat het kanaal altijd die zelfde rust zal blijven uitstralen en dat iedereen de mogelijkheid zal blijven hebben wandelend of fietsend van de kanaaldijk gebruik te maken. Het is een waterbouwkundig kunstwerk dat deel uitmaakt van het landschap. Waar vind je dat nog: een civieltechnisch werk dat als drukke (water-)verkeersader en als rustgevend object fungeert.
Robert van Hooy,
Roosteren
dinsdag 19 april 2011
Verhaal naar aanleiding van 75 jaar Julianakanaal in 2010
VERHAAL VAN Dini Ramakers van den Wijngaard
VERLEDEN
Ik ben geboren op een sleepschip, genaamd Anna, in de overlaadhaven van Buchten op 27-9-1960.
Ik vier dit jaar Dan ook een jubileum: 50 jaar ( SARA ).
Het schip, inmiddels uit de vaart genomen, behoorde toe aan de schippers, mijn ouders Willy van den Wijngaard en Paula Dekkers uit Buchten.
Zij wonen nog altijd in Buchten.
Ik kan mij herinneren dat ik vaak speelde in de haven met mijn vriendinnetjes.
Het was toentertijd goed toeven in de haven.
In mijn prille jonge jaren voer ik uiteraard met mijn ouders mee.
Gaandeweg werd ik schoolplichtig en woonde ik bij mijn oma, moeder van vader, in het huisje in Buchten.
Wij noemden oma liefkozend "oma van het huisje".
De oma van moeders Kant heette "oma van het bootje".
De "oma van het huisje" had gedurende enkele jaren, tijdens de graafwerkzaamheden van het Julianakanaal, een arbeider in de kost.
Hij heette met de achternaam :van den Anker.
De pensiongast verbleef in een Klein kamertje op de 1e etage.
Nu nog heet dit kamertje de kamer "van den Anker".
HEDEN
Regelmatig fiets/wandel ik nog met mijn familie langs de oevers van het Julianakanaal en naar de aangrenzende havens.
Ik mag ER graag vertoeven en Dan denk ik met weemoed terug aan die goeie, ouwe tijd!
Helaas liggen de havens ER niet meer zo opgeruimd en netjes bij!
Neem nou de overlaadhaven in Buchten: hier steekt al een jaar of 10, na een uitslaande brand, het karkas van een oude boot uit het water.
Van opruiming is vooralsnog geen sprake!
De haven verloedert steeds meer en ademt niet meer de romantische
Sfeer van weleer.
TOEKOMST
Voor het Julianakanaal voorzie ik een goede toekomst, dagdromerij of werkelijkheid?:
De fietspaden (jaagpaden) langs het kanaal worden toegankelijker gemaakt voor fietsers en wandelaars.
Er worden aanlegsteigers gebouwd voor jachten en pleziervaartuigen in de aanpalende havens langs het kanaal.
De infrastructuur en de horeca worden uiteraard hierop aangepast.
Kortom...... er komt ruimte voor recreatie.
VERHAAL VAN Dini Ramakers van den Wijngaard
VERLEDEN
Ik ben geboren op een sleepschip, genaamd Anna, in de overlaadhaven van Buchten op 27-9-1960.
Ik vier dit jaar Dan ook een jubileum: 50 jaar ( SARA ).
Het schip, inmiddels uit de vaart genomen, behoorde toe aan de schippers, mijn ouders Willy van den Wijngaard en Paula Dekkers uit Buchten.
Zij wonen nog altijd in Buchten.
Ik kan mij herinneren dat ik vaak speelde in de haven met mijn vriendinnetjes.
Het was toentertijd goed toeven in de haven.
In mijn prille jonge jaren voer ik uiteraard met mijn ouders mee.
Gaandeweg werd ik schoolplichtig en woonde ik bij mijn oma, moeder van vader, in het huisje in Buchten.
Wij noemden oma liefkozend "oma van het huisje".
De oma van moeders Kant heette "oma van het bootje".
De "oma van het huisje" had gedurende enkele jaren, tijdens de graafwerkzaamheden van het Julianakanaal, een arbeider in de kost.
Hij heette met de achternaam :van den Anker.
De pensiongast verbleef in een Klein kamertje op de 1e etage.
Nu nog heet dit kamertje de kamer "van den Anker".
HEDEN
Regelmatig fiets/wandel ik nog met mijn familie langs de oevers van het Julianakanaal en naar de aangrenzende havens.
Ik mag ER graag vertoeven en Dan denk ik met weemoed terug aan die goeie, ouwe tijd!
Helaas liggen de havens ER niet meer zo opgeruimd en netjes bij!
Neem nou de overlaadhaven in Buchten: hier steekt al een jaar of 10, na een uitslaande brand, het karkas van een oude boot uit het water.
Van opruiming is vooralsnog geen sprake!
De haven verloedert steeds meer en ademt niet meer de romantische
Sfeer van weleer.
TOEKOMST
Voor het Julianakanaal voorzie ik een goede toekomst, dagdromerij of werkelijkheid?:
De fietspaden (jaagpaden) langs het kanaal worden toegankelijker gemaakt voor fietsers en wandelaars.
Er worden aanlegsteigers gebouwd voor jachten en pleziervaartuigen in de aanpalende havens langs het kanaal.
De infrastructuur en de horeca worden uiteraard hierop aangepast.
Kortom...... er komt ruimte voor recreatie.
maandag 18 april 2011
Verhalen naar aanleiding van 75 jaar Julianakanaal in 2010
VERHAAL VAN Eric van Hooy
Julianakanaal 75 jaar
Wat zou Roosteren, en wat zou ik missen wanneer het kanaal niet bestond?
Tramdijk, Oud Roosteren, Kanaalstraat, Brugstraat, Monument aan de brug, brug, sluis, paaltje 26, woningen aan het kanaal, onverplichte fietspaden, bootjes kijken …
Dit zijn enkele begrippen die niet zouden bestaan wanneer het Julianakanaal er niet zou zijn geweest.
Om de tramlijn een ongestoorde doorgang te garanderen, moest er een op- en afgang met brug worden aangelegd: de in Roosteren bekende “Tramdiek”. Deze tramdijk is later, bij de verbreding van het kanaal en de afbraak van de sluis van Roosteren gebruikt als “fundering” voor de huidige toerit naar de brug over het Julianakanaal.
Oud Roosteren, of Aw Kirk, is ontstaan door dat het kanaal midden door het dorp werd aangelegd. Zo werd het dorp in tweeën gedeeld. Het oude “centrum” waar vóór 1843 de kerk lag werd beschouwd als het oude gedeelte van Roosteren en aan de westzijde ontwikkelde zich het “nieuwe” dorp, het huidige Roosteren. Door de aanleg van het kanaal ontstonden er in Oud Roosteren de straatnamen “Brugstraat” en “Kanaalstraat”.
De brug over het kanaal verbindt Roosteren met het oosten. In het begin tot in de jaren ’60 op gelijke hoogte als de sluiswachterwoningen, tot 2004 enkele meters hoger en vanaf die tijd weer bijna 3 meter hoger op het huidige niveau. Bij de eerste verhoging, midden jaren ’60 van de 20e eeuw, kwam, door de verhoging van de dijken in noordelijke richting, het Roosters verval en dus de “sluis Roosteren” te vervallen. Tevens werd in die werkzaamheden de verlegging van de doorgaande weg “meegenomen”. Vanaf de ingebruikname van de nieuwe brug, hoefde het doorgaande verkeer niet meer door Roosteren, maar werd via de Maaseikerweg langs het dorpscentrum geleid.
In de “donkere” dagen van mei 1940 speelden zich de bekende verschrikkelijke taferelen af op en nabij de brug. Ter nagedachtenis aan de gesneuvelde militairen staat vlak naast de brug, aan Roosterse zijde het monument, waar op (of omstreeks) 10 mei de jaarlijkse herdenking plaatsvindt.
Roosteren ligt op “kilometer 26” van het begin van het Julianakanaal, getuige het in Roosteren bekende “Paaltje 26”. Zoals dit paaltje officieel aangeeft ligt het begin van deze waterweg 28 kilometer van Roosteren verwijderd. Deze markering vormt vaak een oriëntatiepunt in speur-, wandel- en/of fietstochten: “Ga bij paaltje 26 naar beneden!”
Ook heeft de aanleg van het kanaal mooie fiets en wandelmogelijkheden gebracht. Velen maken gebruik van de bovenop de kanaaldijken aanwezige fietspaden die naast fietsers ook door wandelaars gebruikt worden. Helaas is de toestand in zuidelijke richting niet meer van dien aard dat het aangenaam fietsen is, in noordelijke richting is het pad enige jaren geleden mooi opgeknapt.
Het rustig fietsen en wandelen wordt afgewisseld door het “bootjeskijken” en kijken of de schippers terugzwaaien. Aan de waterkant van deze dijken gooien veelvuldig vrijetijds- en sportvissers een lijntje uit.
Zelf kan ik me nog een brugje herinneren dat in het water verdween wanneer er schepen moesten passeren. Samen met mijn vader gingen we wandelen naar de sluis en kijken wat er zich daar afspeelde. Later, toen de sluis in Roosteren was verdwenen, maakten we fietstochten naar Born of Maasbracht om aldaar naar de sluizen te gaan kijken. Door de aanlag van het kanaal en de sluis zijn o.a. mijn grootvader en een oudoom in Roosteren gekomen en hebben daar de liefde van hun leven gevonden.
In mijn prille kinderjaren heeft het kanaal, gelukkig voor mijn moeder, ook voor een barrière gezorgd. Met mijn nieuwe step ging ik er wandelend vandoor (steppen kon ik toen nog niet) en kwam uit bij het toenmalige café Jennissen, de café van Anna van Maan Jennissen, dat aan de voet van het kanaal aan Roosterse zijde lag. Daar hield men mij tegen en zodoende geraakte ik toch weer onder moeders hoede.
Op ongeveer diezelfde plaats liep mijn huidige echtgenote jaren later een wond (nu nog een litteken) op met het sleetjerijden vanaf de kanaaldijk.
Nu lopen we zelf met onze kinderen vaker “ónger- of baovelangs” (beneden aan de dijk of bovenop) of fietsen we in noordelijke of zuidelijke richting.
De brug vormt steeds weer een punt van herkenning in de wijde omtrek. Bijvoorbeeld wanneer we terugkeren van een vakantie. “Dao ligk de brok, weer zeen d’r zoa!”
Ik denk dat ook voor toekomstige generaties “’t kenaal” een plek in het leven zal blijven innemen, niet alleen als een vervoersader door Zuid-Limburg, maar ook als een multifunctioneel onderdeel in de recreatie van o.a. de taille van Limburg.
Eric van Hooy,
Roosteren
VERHAAL VAN Eric van Hooy
Julianakanaal 75 jaar
Wat zou Roosteren, en wat zou ik missen wanneer het kanaal niet bestond?
Tramdijk, Oud Roosteren, Kanaalstraat, Brugstraat, Monument aan de brug, brug, sluis, paaltje 26, woningen aan het kanaal, onverplichte fietspaden, bootjes kijken …
Dit zijn enkele begrippen die niet zouden bestaan wanneer het Julianakanaal er niet zou zijn geweest.
Om de tramlijn een ongestoorde doorgang te garanderen, moest er een op- en afgang met brug worden aangelegd: de in Roosteren bekende “Tramdiek”. Deze tramdijk is later, bij de verbreding van het kanaal en de afbraak van de sluis van Roosteren gebruikt als “fundering” voor de huidige toerit naar de brug over het Julianakanaal.
Oud Roosteren, of Aw Kirk, is ontstaan door dat het kanaal midden door het dorp werd aangelegd. Zo werd het dorp in tweeën gedeeld. Het oude “centrum” waar vóór 1843 de kerk lag werd beschouwd als het oude gedeelte van Roosteren en aan de westzijde ontwikkelde zich het “nieuwe” dorp, het huidige Roosteren. Door de aanleg van het kanaal ontstonden er in Oud Roosteren de straatnamen “Brugstraat” en “Kanaalstraat”.
De brug over het kanaal verbindt Roosteren met het oosten. In het begin tot in de jaren ’60 op gelijke hoogte als de sluiswachterwoningen, tot 2004 enkele meters hoger en vanaf die tijd weer bijna 3 meter hoger op het huidige niveau. Bij de eerste verhoging, midden jaren ’60 van de 20e eeuw, kwam, door de verhoging van de dijken in noordelijke richting, het Roosters verval en dus de “sluis Roosteren” te vervallen. Tevens werd in die werkzaamheden de verlegging van de doorgaande weg “meegenomen”. Vanaf de ingebruikname van de nieuwe brug, hoefde het doorgaande verkeer niet meer door Roosteren, maar werd via de Maaseikerweg langs het dorpscentrum geleid.
In de “donkere” dagen van mei 1940 speelden zich de bekende verschrikkelijke taferelen af op en nabij de brug. Ter nagedachtenis aan de gesneuvelde militairen staat vlak naast de brug, aan Roosterse zijde het monument, waar op (of omstreeks) 10 mei de jaarlijkse herdenking plaatsvindt.
Roosteren ligt op “kilometer 26” van het begin van het Julianakanaal, getuige het in Roosteren bekende “Paaltje 26”. Zoals dit paaltje officieel aangeeft ligt het begin van deze waterweg 28 kilometer van Roosteren verwijderd. Deze markering vormt vaak een oriëntatiepunt in speur-, wandel- en/of fietstochten: “Ga bij paaltje 26 naar beneden!”
Ook heeft de aanleg van het kanaal mooie fiets en wandelmogelijkheden gebracht. Velen maken gebruik van de bovenop de kanaaldijken aanwezige fietspaden die naast fietsers ook door wandelaars gebruikt worden. Helaas is de toestand in zuidelijke richting niet meer van dien aard dat het aangenaam fietsen is, in noordelijke richting is het pad enige jaren geleden mooi opgeknapt.
Het rustig fietsen en wandelen wordt afgewisseld door het “bootjeskijken” en kijken of de schippers terugzwaaien. Aan de waterkant van deze dijken gooien veelvuldig vrijetijds- en sportvissers een lijntje uit.
Zelf kan ik me nog een brugje herinneren dat in het water verdween wanneer er schepen moesten passeren. Samen met mijn vader gingen we wandelen naar de sluis en kijken wat er zich daar afspeelde. Later, toen de sluis in Roosteren was verdwenen, maakten we fietstochten naar Born of Maasbracht om aldaar naar de sluizen te gaan kijken. Door de aanlag van het kanaal en de sluis zijn o.a. mijn grootvader en een oudoom in Roosteren gekomen en hebben daar de liefde van hun leven gevonden.
In mijn prille kinderjaren heeft het kanaal, gelukkig voor mijn moeder, ook voor een barrière gezorgd. Met mijn nieuwe step ging ik er wandelend vandoor (steppen kon ik toen nog niet) en kwam uit bij het toenmalige café Jennissen, de café van Anna van Maan Jennissen, dat aan de voet van het kanaal aan Roosterse zijde lag. Daar hield men mij tegen en zodoende geraakte ik toch weer onder moeders hoede.
Op ongeveer diezelfde plaats liep mijn huidige echtgenote jaren later een wond (nu nog een litteken) op met het sleetjerijden vanaf de kanaaldijk.
Nu lopen we zelf met onze kinderen vaker “ónger- of baovelangs” (beneden aan de dijk of bovenop) of fietsen we in noordelijke of zuidelijke richting.
De brug vormt steeds weer een punt van herkenning in de wijde omtrek. Bijvoorbeeld wanneer we terugkeren van een vakantie. “Dao ligk de brok, weer zeen d’r zoa!”
Ik denk dat ook voor toekomstige generaties “’t kenaal” een plek in het leven zal blijven innemen, niet alleen als een vervoersader door Zuid-Limburg, maar ook als een multifunctioneel onderdeel in de recreatie van o.a. de taille van Limburg.
Eric van Hooy,
Roosteren
zondag 17 april 2011
Verhaal naar aanleiding van 75 jaar Julianakanaal in 2010.
VERHAAL VAN Dhr. W. Heemskerk oud burgemeester van Echt.
75 jaar Julianakanaal ! Inderdaad de moeite waard om te gedenken, met name ook voor de waterrijke gemeente Echt-Susteren, de meest internationaal gelegen gemeente van Nederland. Laten wij ons erover verheugen, dat dit unieke kanaal - met eigen haven - ook onze mooie gemeente doorkruist. Schrijver dezes ( 1921 Maastricht) bewaart hieraan zeer mooie persoonlijke herinneringen en is van oordeel dat dit idyllische kanaal om diverse redenen
(economisch, ecologisch, recreatief) van grote waarde is voor deze gemeente en haar inwoners; door de reeds begonnen verbeteringen aan dit kanaal - verhoging bruggen, verbeteringen van sluizen o.a. in Maabracht, waar nodig verdiepingen, verbredingen en verdere kadenbeveiliging zal de betekenis daarvan in de naast toekomst nog toenemen.
Zoals men weet hebben wij hier van doen met een lateraal kanaal van de internationale rivier de Maas in onze provincie Limburg tussen Maastricht en Maasbracht ( thans gemeente Maasgouw ) ; het is 35 km lang en de diepte is tenminste vier meter. Het kanaal werd in de jaren 1925 - 1935 gerealiseerd, omdat de Maas in Zuid-Limburg een te groot verhang heeft om gekanaliseerd te worden. Daarbij zou het internationaal - met name in relatie tot onze buur België- uit verkeers-en economisch oogpunt een grote aanwinst zijn. Al rond het jaar 1910 waren er al plannen voor dit Julianakanaal . In 1921 ( mijn geboortejaar) werden die goedgekeurd. Gestart met de omvangrijke werkzaamheden in 1925 werd het medio jaren dertig op vorstelijke wijze officieel in gebruik genomen. De stategische functie daarvan is al vaker gememoreerd. Mijn verdere visie ten deze :
PERSOONLIJK : Met Thales van Millete (600 v. Chr.) en watermanager Kroonprins Willem Alexander zeg ik : WATER IS LEVEN. ALLES is ontstaan uit water en alles keert in water terug.
In het artikel van deze inmiddels bekende watermanager over : Samenwerken aan waterbeheer ( Tijdschrift WATER, van BIO- Wetenschappen en Maatschappij 1/2007) lees ik verder met genoegen dat WATER de basis is voior ontwikkeling. Steden ontwikkelen zich langs stromen en in deltagebieden.Water is van oneindig belang voor de betekenis van het leven, voor ons plezier en voor dagelijks gebruik.....; over de economsche betekenis ook voor Echt-Susteren schreef ik al. Al heel veel jaren - met name tijdens mijn burgemeesterschap in Echt van 1966 - medio 1986 - had ik het genoegen en het voorrecht vele malen met de actieve waterpolitie en de buurgemeente Maasbracht te praten over dit kanaal ; ik fietste vele malen direct langs dit kanaal naar het noorden en het zuiden, daarbij genietend van hat water en de natuur rond dit kanaal. In Maasbracht bezocht ik dan vele malen het bekende, mooie scheepvaartvaartmuseum en dronk soms met anderen een kopje koffie of een pilsje in een van de havencafé's . Ook wierp ik herhaaldelijk mijn hengel uit op een van de oevers en genoot als waterliefhebber van voorbijvarende schepen van allerlei aard. Met mijn vrouw maakten wij herhaaldelijk boottochten vanuit de Echter haven , georganiseerd door zorginstellingen als de Zonnebloem voor ouderen en gehandicapten. Telkens zagen wij weer met welke grote inzet deze mensen verzorgd werden; daarvoor passen grote dankbaarheid en respect......!
ECONOMISCH :
Ik ben ervan overtuigd dat de econmosche betekenis voor onze gemeente Echt en buurgemeenten nog zal toenemen. Reeds hebben er spectaculaire werkzaamheden plaats gevonden aan en rond de brug Echt richting Ohé en Laak en Stevensweert (gemeente Maasgouw); de brug is een paar jaar terug een stuk verhoogd om de toenemende containervaart mogelijk te maken, terwijl de verkeersverbindingen over en bij de brug aanzienlijk zijn veranderd. Dit was ook van belang voor betere aansluitingen links en rechts aan de A2. Soms heb ik mij later wel eens afgevraagd, of de kosten van het geheel niet aan de te hoge kant zijn geweest, mede gezien ook de kennelijk niet zo grote toename van de scheepvaart, toch mede voor het milieu zo belangrijk. Niettemin blijf ik het beste ervan hopen, gelet ook op de inzet en deskundigheid van onze relevante overheidsorganen. Daarbij veroorloof ik mij - met verwijzing naar mijn boek ECHT 1997 over : Waterbeheer in de grensprovincie Limburg; kritische beschouwingen (pag. 105 e.v.), dat de scheepvaarf- binnenvaart- om economische en recreatieve redenen niet onderschat moet worden! De Maasroutre, geplaatst in het patroon Schelde-Rijnverbinding/Albertkanaal/Maas-Waal kan - MITS de Maas c.a. het zal presteren meer-baksduwvaart te introduceren - qua scheepvaart in de logistieke ontwikkeling van de 21 e eeuw van zeer grote importantie worden. Men realisere zich hierbij dat wij ten deze ook van doen hebben met a) het aspect Grensmaas t.w. het ongestuwde deel van de Maas tussen Borgharen en de grensvan de gemeente Maasbracht, dat geen scheepvaartweg is en b) DE ZANDMAAS : het door binnenvaartschepen gebruikte deel van de Maas van Linne tot Hedel, waarin de RIJKSWATERSTAAT voornemens is maatregelen te nemen om de wateroverlast te beperken o.a. door verdieping van het zomerbed. c) ten slotte wordt hier vermeld DE MAASROUTE : zijnde de route van het scheepvaartverkeer van Ternaaien tot Weurt en Hedel. Zij omvat naast de Zandmaas ook het JULIANAKANAAL, het LATERAALKANAAL EN het Maas-Waalkanaal. Hier moet de scheepvaart (twee-baksduwvaart en containervaart met meerdere lagen MEER kans krijgen. Dat impliceerde dus ook de verhoging van genoemde brug in Echt met drie meter en grote aandacht voor Roosteren. Ter afronding wordt er nog op gewezen dat met name onder Belgische druk gewerkt wordt aan een nieuwe Maas-Rijnverbinding, waarvan een project is opgenomen in het Europees Structuurschema Vaarwegen. De prioriteit daarvan lijkt echter thans nog niet erg hoog. Hopelijk worden verder Born niet vergeten en wat meer mogelijkheden voor onze eigen haven in Echt! Ook wat dit betreft moet Echgt-Susteren verder op de kaart komen!
Tot zover mijn bescheiden bijdrage voor wat betreft ONS ALLER Julianakanaal c.a., met mijn hartelijke felicitaties bij dit 75 jarig jubileum en veel succes voor de toekomst !
VERHAAL VAN Dhr. W. Heemskerk oud burgemeester van Echt.
75 jaar Julianakanaal ! Inderdaad de moeite waard om te gedenken, met name ook voor de waterrijke gemeente Echt-Susteren, de meest internationaal gelegen gemeente van Nederland. Laten wij ons erover verheugen, dat dit unieke kanaal - met eigen haven - ook onze mooie gemeente doorkruist. Schrijver dezes ( 1921 Maastricht) bewaart hieraan zeer mooie persoonlijke herinneringen en is van oordeel dat dit idyllische kanaal om diverse redenen
(economisch, ecologisch, recreatief) van grote waarde is voor deze gemeente en haar inwoners; door de reeds begonnen verbeteringen aan dit kanaal - verhoging bruggen, verbeteringen van sluizen o.a. in Maabracht, waar nodig verdiepingen, verbredingen en verdere kadenbeveiliging zal de betekenis daarvan in de naast toekomst nog toenemen.
Zoals men weet hebben wij hier van doen met een lateraal kanaal van de internationale rivier de Maas in onze provincie Limburg tussen Maastricht en Maasbracht ( thans gemeente Maasgouw ) ; het is 35 km lang en de diepte is tenminste vier meter. Het kanaal werd in de jaren 1925 - 1935 gerealiseerd, omdat de Maas in Zuid-Limburg een te groot verhang heeft om gekanaliseerd te worden. Daarbij zou het internationaal - met name in relatie tot onze buur België- uit verkeers-en economisch oogpunt een grote aanwinst zijn. Al rond het jaar 1910 waren er al plannen voor dit Julianakanaal . In 1921 ( mijn geboortejaar) werden die goedgekeurd. Gestart met de omvangrijke werkzaamheden in 1925 werd het medio jaren dertig op vorstelijke wijze officieel in gebruik genomen. De stategische functie daarvan is al vaker gememoreerd. Mijn verdere visie ten deze :
PERSOONLIJK : Met Thales van Millete (600 v. Chr.) en watermanager Kroonprins Willem Alexander zeg ik : WATER IS LEVEN. ALLES is ontstaan uit water en alles keert in water terug.
In het artikel van deze inmiddels bekende watermanager over : Samenwerken aan waterbeheer ( Tijdschrift WATER, van BIO- Wetenschappen en Maatschappij 1/2007) lees ik verder met genoegen dat WATER de basis is voior ontwikkeling. Steden ontwikkelen zich langs stromen en in deltagebieden.Water is van oneindig belang voor de betekenis van het leven, voor ons plezier en voor dagelijks gebruik.....; over de economsche betekenis ook voor Echt-Susteren schreef ik al. Al heel veel jaren - met name tijdens mijn burgemeesterschap in Echt van 1966 - medio 1986 - had ik het genoegen en het voorrecht vele malen met de actieve waterpolitie en de buurgemeente Maasbracht te praten over dit kanaal ; ik fietste vele malen direct langs dit kanaal naar het noorden en het zuiden, daarbij genietend van hat water en de natuur rond dit kanaal. In Maasbracht bezocht ik dan vele malen het bekende, mooie scheepvaartvaartmuseum en dronk soms met anderen een kopje koffie of een pilsje in een van de havencafé's . Ook wierp ik herhaaldelijk mijn hengel uit op een van de oevers en genoot als waterliefhebber van voorbijvarende schepen van allerlei aard. Met mijn vrouw maakten wij herhaaldelijk boottochten vanuit de Echter haven , georganiseerd door zorginstellingen als de Zonnebloem voor ouderen en gehandicapten. Telkens zagen wij weer met welke grote inzet deze mensen verzorgd werden; daarvoor passen grote dankbaarheid en respect......!
ECONOMISCH :
Ik ben ervan overtuigd dat de econmosche betekenis voor onze gemeente Echt en buurgemeenten nog zal toenemen. Reeds hebben er spectaculaire werkzaamheden plaats gevonden aan en rond de brug Echt richting Ohé en Laak en Stevensweert (gemeente Maasgouw); de brug is een paar jaar terug een stuk verhoogd om de toenemende containervaart mogelijk te maken, terwijl de verkeersverbindingen over en bij de brug aanzienlijk zijn veranderd. Dit was ook van belang voor betere aansluitingen links en rechts aan de A2. Soms heb ik mij later wel eens afgevraagd, of de kosten van het geheel niet aan de te hoge kant zijn geweest, mede gezien ook de kennelijk niet zo grote toename van de scheepvaart, toch mede voor het milieu zo belangrijk. Niettemin blijf ik het beste ervan hopen, gelet ook op de inzet en deskundigheid van onze relevante overheidsorganen. Daarbij veroorloof ik mij - met verwijzing naar mijn boek ECHT 1997 over : Waterbeheer in de grensprovincie Limburg; kritische beschouwingen (pag. 105 e.v.), dat de scheepvaarf- binnenvaart- om economische en recreatieve redenen niet onderschat moet worden! De Maasroutre, geplaatst in het patroon Schelde-Rijnverbinding/Albertkanaal/Maas-Waal kan - MITS de Maas c.a. het zal presteren meer-baksduwvaart te introduceren - qua scheepvaart in de logistieke ontwikkeling van de 21 e eeuw van zeer grote importantie worden. Men realisere zich hierbij dat wij ten deze ook van doen hebben met a) het aspect Grensmaas t.w. het ongestuwde deel van de Maas tussen Borgharen en de grensvan de gemeente Maasbracht, dat geen scheepvaartweg is en b) DE ZANDMAAS : het door binnenvaartschepen gebruikte deel van de Maas van Linne tot Hedel, waarin de RIJKSWATERSTAAT voornemens is maatregelen te nemen om de wateroverlast te beperken o.a. door verdieping van het zomerbed. c) ten slotte wordt hier vermeld DE MAASROUTE : zijnde de route van het scheepvaartverkeer van Ternaaien tot Weurt en Hedel. Zij omvat naast de Zandmaas ook het JULIANAKANAAL, het LATERAALKANAAL EN het Maas-Waalkanaal. Hier moet de scheepvaart (twee-baksduwvaart en containervaart met meerdere lagen MEER kans krijgen. Dat impliceerde dus ook de verhoging van genoemde brug in Echt met drie meter en grote aandacht voor Roosteren. Ter afronding wordt er nog op gewezen dat met name onder Belgische druk gewerkt wordt aan een nieuwe Maas-Rijnverbinding, waarvan een project is opgenomen in het Europees Structuurschema Vaarwegen. De prioriteit daarvan lijkt echter thans nog niet erg hoog. Hopelijk worden verder Born niet vergeten en wat meer mogelijkheden voor onze eigen haven in Echt! Ook wat dit betreft moet Echgt-Susteren verder op de kaart komen!
Tot zover mijn bescheiden bijdrage voor wat betreft ONS ALLER Julianakanaal c.a., met mijn hartelijke felicitaties bij dit 75 jarig jubileum en veel succes voor de toekomst !
zaterdag 16 april 2011
Verhaal naar aanleiding van 75 jaar Julianakanaal in 2010
VERHAAL VAN MAURICE PAULISSEN
Het kanaal en ik
De Kʼnaal! Toen ik werd geboren, was het Julianakanaal nog maar half zo oud als het nu
is. Toch was het er al lang, met alles erop en eraan. Ik kan dus geen boeiende verhalen
vertellen over de aanleg van het kanaal of in de oorlog vernielde en weer herstelde
bruggen.
Mijn herinneringen zijn eenvoudig, maar voor mij als kind was het Julianakanaal toch iets
bijzonders. Zoveel vaarwegen hebben we immers niet in Limburg. Wanneer ik als kleuter
met oudere familieleden een wandelingetje maakte langs het kanaal, was ik vooral
gefascineerd door de stalen boogbruggen. Thuisgekomen ging ik die in zoveel mogelijk
detail natekenen. Ook zat ik soms uren naast mijn vader, die - viskorf op de stortstenen -
aan de waterkant zat te vissen. Als er kilometers verder schepen werden geschut, zag je
het water ineens in beweging komen.
Als kind had ik allerlei vragen over het kanaal. Hoe diep is het en hoe ziet het er op de
bodem uit? En hoe werken die sluizen nu eigenlijk precies? Ik besloot een nette brief te
schrijven aan Rijkswaterstaat Directie Limburg. Tot mijn vreugde ontving ik na enige tijd
een grote envelop met informatie. Een medewerker van Rijkswaterstaat had er een
vriendelijke brief bijgevoegd. Een getypte brief, “want”, stond erin vermeld, “ik schrijf niet
zo netjes als jij.” Ik leerde dat de gemiddelde diepte van het Julianakanaal vijf meter is,
maar ten noorden van Roosteren zoʼn acht meter, omdat daar de kanaaldijken en het
waterpeil waren verhoogd vanwege de sloop van een oude sluis. Dat zal ook de reden zijn
geweest waarom de brug bij Stevensweert moest wijken, een brug waarover ik mijn
ouders had horen vertellen, maar die ik nooit had gezien. Ik kreeg persberichten uit de
jaren zestig met gedetailleerde tekeningen van de nieuwe schutsluizen bij Born en
Maasbracht. Meer dan tien meter verval, dat vind je bij geen enkele andere sluis in
Nederland! Verder las ik over de doorgraving van de Scharberg bij Elsloo, waaraan helaas
een deel van de historische dorpskern werd opgeofferd. Dat graafwerk moet in die tijd een
huzarenstuk zijn geweest.
Toen men het kanaalpand tussen Born en Maasbracht rond 1990 voor inspectie of
onderhoud liet leeglopen, ben ik natuurlijk gaan kijken. Een fascinerend gezicht: diep
onder een brug stond ergens op de bodem een brommertje in de modder.
Al jaren woon ik niet meer in Limburg. Maar wanneer ik op familiebezoek ben, maak ik
vaak even een wandeling langs het Julianakanaal. Telkens komen dan herinneringen aan
het kanaal bovendrijven. Word ik daarbij misschien geholpen door de typische geur van
het water?
Langs het kanaal hangt voor mijn gevoel een bijzondere, wat verstilde sfeer.Ook heeft elk deel van het traject zijn eigen karakter. Van de besloten, ouderwetse sfeer
van het smalle kanaalpand langs de hellingbossen bij Geulle en Elsloo tot de strakke lijnen
en brede watervlakte van het tracé tussen Born en Maasbracht.
Ik fotografeer en onthoud graag. Wanneer een ingreep gaat plaatsvinden in een landschap
dat mij dierbaar is, denk ik: laat ik vastleggen hoe het er nu bij ligt en straks hoe het isgeworden.
Zo ook met de aanstaande veranderingen aan het Julianakanaal, dat zal
worden verbreed ten zuiden van Born. Ik heb er een dubbel gevoel over. Enerzijds
jammer, omdat het afbreuk zal doen aan de vertrouwde en wat verstilde sfeer van dit
tracé. Maar anderzijds ook een teken van vitaliteit: het kanaal lééft en heeft zijn
economische belang nog niet verloren. En wat leeft, moet op zijn tijd veranderen.
Maurice Paulissen, augustus 2010
VERHAAL VAN MAURICE PAULISSEN
Het kanaal en ik
De Kʼnaal! Toen ik werd geboren, was het Julianakanaal nog maar half zo oud als het nu
is. Toch was het er al lang, met alles erop en eraan. Ik kan dus geen boeiende verhalen
vertellen over de aanleg van het kanaal of in de oorlog vernielde en weer herstelde
bruggen.
Mijn herinneringen zijn eenvoudig, maar voor mij als kind was het Julianakanaal toch iets
bijzonders. Zoveel vaarwegen hebben we immers niet in Limburg. Wanneer ik als kleuter
met oudere familieleden een wandelingetje maakte langs het kanaal, was ik vooral
gefascineerd door de stalen boogbruggen. Thuisgekomen ging ik die in zoveel mogelijk
detail natekenen. Ook zat ik soms uren naast mijn vader, die - viskorf op de stortstenen -
aan de waterkant zat te vissen. Als er kilometers verder schepen werden geschut, zag je
het water ineens in beweging komen.
Als kind had ik allerlei vragen over het kanaal. Hoe diep is het en hoe ziet het er op de
bodem uit? En hoe werken die sluizen nu eigenlijk precies? Ik besloot een nette brief te
schrijven aan Rijkswaterstaat Directie Limburg. Tot mijn vreugde ontving ik na enige tijd
een grote envelop met informatie. Een medewerker van Rijkswaterstaat had er een
vriendelijke brief bijgevoegd. Een getypte brief, “want”, stond erin vermeld, “ik schrijf niet
zo netjes als jij.” Ik leerde dat de gemiddelde diepte van het Julianakanaal vijf meter is,
maar ten noorden van Roosteren zoʼn acht meter, omdat daar de kanaaldijken en het
waterpeil waren verhoogd vanwege de sloop van een oude sluis. Dat zal ook de reden zijn
geweest waarom de brug bij Stevensweert moest wijken, een brug waarover ik mijn
ouders had horen vertellen, maar die ik nooit had gezien. Ik kreeg persberichten uit de
jaren zestig met gedetailleerde tekeningen van de nieuwe schutsluizen bij Born en
Maasbracht. Meer dan tien meter verval, dat vind je bij geen enkele andere sluis in
Nederland! Verder las ik over de doorgraving van de Scharberg bij Elsloo, waaraan helaas
een deel van de historische dorpskern werd opgeofferd. Dat graafwerk moet in die tijd een
huzarenstuk zijn geweest.
Toen men het kanaalpand tussen Born en Maasbracht rond 1990 voor inspectie of
onderhoud liet leeglopen, ben ik natuurlijk gaan kijken. Een fascinerend gezicht: diep
onder een brug stond ergens op de bodem een brommertje in de modder.
Al jaren woon ik niet meer in Limburg. Maar wanneer ik op familiebezoek ben, maak ik
vaak even een wandeling langs het Julianakanaal. Telkens komen dan herinneringen aan
het kanaal bovendrijven. Word ik daarbij misschien geholpen door de typische geur van
het water?
Langs het kanaal hangt voor mijn gevoel een bijzondere, wat verstilde sfeer.Ook heeft elk deel van het traject zijn eigen karakter. Van de besloten, ouderwetse sfeer
van het smalle kanaalpand langs de hellingbossen bij Geulle en Elsloo tot de strakke lijnen
en brede watervlakte van het tracé tussen Born en Maasbracht.
Ik fotografeer en onthoud graag. Wanneer een ingreep gaat plaatsvinden in een landschap
dat mij dierbaar is, denk ik: laat ik vastleggen hoe het er nu bij ligt en straks hoe het isgeworden.
Zo ook met de aanstaande veranderingen aan het Julianakanaal, dat zal
worden verbreed ten zuiden van Born. Ik heb er een dubbel gevoel over. Enerzijds
jammer, omdat het afbreuk zal doen aan de vertrouwde en wat verstilde sfeer van dit
tracé. Maar anderzijds ook een teken van vitaliteit: het kanaal lééft en heeft zijn
economische belang nog niet verloren. En wat leeft, moet op zijn tijd veranderen.
Maurice Paulissen, augustus 2010
vrijdag 15 april 2011
Vanaf vandaag zal ik enkele verhalen plaatsen die ingestuurd zijn naar aanleiding van 75 jaar Julianakaal in 2010. Via een oproep van de Gemeente Echt-Susteren hebben diverse inwoners van de gemeente hier gehoor aan gegeven.
Als eerste een verhaal van Dhr. Mostard, de vader van Dhr. Mostard heeft nog als timmerman gewerkt aan het bekistingswerk bij de aanleg van de sluis in Roosteren.
HET VERHAAL
Het Julianakanaal.
Toen ik in 1936 werd geboren stond het Julianakanaal vol water en werd het al druk bevaren.
Over het verloop van de graafwerkzaamheden en alle andere werkzaamheden rond het maken van dit kanaal is mij niets bekend.
Wel weet ik, uit overlevering, dat ik ben geboren in een eikenhouten bed, gemaakt uit de eikenbomen, die werden opgegraven bij die graafwerkzaamheden.
Mijn ouders trouwden in 1934.
Mijn vader, zoon van een aannemer,met timmerwerkplaats, maakte van het eikenhout een kompleet ameublement voor de woonkamer en de ouderslaapkamer.
Voor zover ik met herinner bestond het ameublement van de woonkamer uit: een tafel met 4 stoelen, een dressoirkast, een bloementafeltje en een zeshoekige bijzettafel.
Het slaapkamerameublement bestond uit: een tweepersoons bed met twee nachtkastjes, een commode, een kleerkast ( zie foto) en twee stoelen.
In de hal stond verder nog een glazen kastje. ( zie foto)
(De overige meubelstukken bestaan jammer genoeg niet meer.)
Behalve het vele handwerk dat aan deze meubels moest worden verricht, bediende hij zich natuurlijk van de houtbewerkings-machines die in de timmerwerkplaats stonden.
Machines, daterend van einde achttiende eeuw en die het nu nog prima doen. ( zie foto’s)
Als eerste een verhaal van Dhr. Mostard, de vader van Dhr. Mostard heeft nog als timmerman gewerkt aan het bekistingswerk bij de aanleg van de sluis in Roosteren.
Foto die ik al eerder geplaatst heb met rechts op de foto de vader van Dhr. Mostard. Foto is gemaakt in 1928.
HET VERHAAL
Het Julianakanaal.
Toen ik in 1936 werd geboren stond het Julianakanaal vol water en werd het al druk bevaren.
Over het verloop van de graafwerkzaamheden en alle andere werkzaamheden rond het maken van dit kanaal is mij niets bekend.
Wel weet ik, uit overlevering, dat ik ben geboren in een eikenhouten bed, gemaakt uit de eikenbomen, die werden opgegraven bij die graafwerkzaamheden.
Mijn ouders trouwden in 1934.
Mijn vader, zoon van een aannemer,met timmerwerkplaats, maakte van het eikenhout een kompleet ameublement voor de woonkamer en de ouderslaapkamer.
Voor zover ik met herinner bestond het ameublement van de woonkamer uit: een tafel met 4 stoelen, een dressoirkast, een bloementafeltje en een zeshoekige bijzettafel.
Het slaapkamerameublement bestond uit: een tweepersoons bed met twee nachtkastjes, een commode, een kleerkast ( zie foto) en twee stoelen.
In de hal stond verder nog een glazen kastje. ( zie foto)
(De overige meubelstukken bestaan jammer genoeg niet meer.)
Behalve het vele handwerk dat aan deze meubels moest worden verricht, bediende hij zich natuurlijk van de houtbewerkings-machines die in de timmerwerkplaats stonden.
Machines, daterend van einde achttiende eeuw en die het nu nog prima doen. ( zie foto’s)
donderdag 14 april 2011
Bron: Dhr. Nuijten
Dhr. Nuijten ging als kind veel met zijn vader op de "nieuwe" sluis in Born kijken als hij bij opa en oma in Buchten logeerde. Het verhaal daarbij was dat het huis waar hij en zijn moeder nog waren geboren, nu onder de dijk van het verbrede kanaal lagen. Het huis zou dus ergens in Born tegen de oude sluis aan moeten hebben gelegen. Op onderstaande foto's van het café Boels van zijn overgrootvader, Bernard J. Boels te Born. Nadere lokatie is niet precies bekend. Onderstaand 2 foto's van Cafe Boels dat bij het kanaal gelegen moet hebben.
woensdag 13 april 2011
Obbicht 1934.
Nieuwe Tilburgsche Courant 29-12-1934.
Bron: Koninklijke Bibliotheek, http://kranten.kb.nl/
dinsdag 12 april 2011
Elsloo 1940.
Provinciale Overijselse en Zwolse Courant 28-06-1940.
Bron: Koninklijke Bibliotheek, http://kranten.kb.nl/
vrijdag 8 april 2011
Werkzaamheden bij Elsloo.
Nieuwe Tilburgsche Courant 24-10-1931.
Bron: Koninklijke Bibliotheek, http://kranten.kb.nl/
woensdag 6 april 2011
Spoorlijn naar Born.
Limburger Koerier 10-06-1933.
Bron: Koninklijke Bibliotheek, http://kranten.kb.nl/
dinsdag 5 april 2011
Sluis Born.
Het Vaderland 24-03-1934.
Bron: Koninklijke Bibliotheek, http://kranten.kb.nl/
Voor mooie site van de Domaliale Mijn zie:
maandag 4 april 2011
Meerpalen (bolders) sluis Born.
Sumatrapost 20-01-1934.
Bron: Koninklijke Bibliotheek, http://kranten.kb.nl/
In 2010 waren er nog berichten dat deze zouden worden afgebroken.
zondag 3 april 2011
Sluis Born 80 jaar later
Sluis Born.
Nieuwe Tilburgsche Courant 26-12-1931.
Bron: Koninklijke Bibliotheek, http://kranten.kb.nl/
zaterdag 2 april 2011
Stoomheimachine Sluis Born.
Nieuwe Tilburgsche Courant 26-12-1931.
Bron: Koninklijke Bibliotheek, http://kranten.kb.nl/
Abonneren op:
Reacties (Atom)


































